Erik Mannens werkt al decennia met AI, van toen het nog gewoon machine learning heette. De professor was verbonden aan iMinds, geeft les aan de UGent en de UA en is als onafhankelijke AI-expert aan het werk voor een groot Vlaams ziekenhuis, Digitaal Vlaanderen en HoWest. We spraken met hem over duurzame en soevereine AI, de meerwaarde voor bedrijven en de rol van de overheid en het onderwijs.
De afgelopen jaren werd artificiële intelligentie geprezen als de heilige graal voor bedrijven. Elke organisatie moest ermee aan de slag, of het nu ging om klantenservice, logistiek of strategische besluitvorming. Uit Amerikaanse studies blijkt echter dat de massale afvloeiingen die aan AI worden toegeschreven, in werkelijkheid weinig met de technologie te maken hebben. “Het is veel genuanceerder. De afvloeiingen bij de big tech hebben er zeker mee te maken, bij andere bedrijven is dat veel minder duidelijk”, zegt Erik Mannens. “We zitten nog steeds in de hypefase. Iedereen denkt dat AI alles zal oplossen, maar de meeste mensen kennen alleen de large language models (LLM’s) zoals ChatGPT, Google Gemini of Claude. Terwijl artificiële intelligentie zoveel breder is.”
Dat neemt niet weg dat Erik de capaciteiten van taalmodellen erkent. “Voor samenvattingen zijn ze geweldig. En voor vertalingen. Ook voor coderen, wat eigenlijk een vorm van vertalen is.” Maar hij waarschuwt voor overschatte verwachtingen. “De zogenaamde Artificial General Intelligence, een systeem dat menselijke intelligentie volledig kan evenaren, zal nooit voortkomen uit taalmodellen alleen. Daarvoor zijn ze te beperkt. Echte vooruitgang komt pas wanneer verschillende AI-systemen, waaronder ook “world models” in robotica, met elkaar gaan samenwerken. En daar staan we nog wel even van af.”
Echte vooruitgang komt pas wanneer verschillende AI-systemen, waaronder ook “world models” in robotica, met elkaar gaan samenwerken.
De grootste winst ligt voorlopig elders. “In ziekenhuizen, bijvoorbeeld, waar AI in de radiologie al jarenlang tumoren detecteert met een nauwkeurigheid die menselijke artsen overstijgt. Of in de farmaceutische industrie, waar algoritmes onderzoek naar nieuwe eiwitten dat normaal decennia zou duren, in maanden afronden”, legt hij enthousiast uit. “Maar dat betekent niet dat elk bedrijf blindelings alles aan AI moet toevertrouwen. De technologie is krachtig, maar geen wondermiddel.”
En hoe gaat Vlaanderen om met AI? “Laat me beginnen met het goede nieuws”, zegt hij. “De Vlaamse overheid is echt wel bezig met AI. Er is een Europese AI Act, en daarover vind je heel wat best practices op de website van de Vlaamse overheid. Het AI Expertisecentrum van Digitaal Vlaanderen neemt hierin een ontzorgende rol op. Dat vertaalt niet alleen de wetgeving naar de overheidscontext, maar ontwikkelt ook concrete tools om lokale overheden, bedrijven én burgers wegwijs te maken in AI.”
Er is veel 'excuusdigitalisering'.
Toch waarschuwt Erik. “We moeten dringend iedereen meekrijgen. AI-geletterdheid is geen luxe, maar een noodzaak. En dat moet beginnen op de lagere school. Je kunt al basisprogrammeren aanleren zonder dat kinderen codetaal hoeven te leren. Het gaat om logisch denken.”
We zien al jaren een afname in STEM-richtingen, een drama volgens Mannens. “Daarnaast is er veel ‘excuusdigitalisering’”, merkt hij op. “Invuloefeningen op de computer zijn geen IT-onderwijs. Het blijven invuloefeningen, alleen op een ander medium.”
De recent voorgestelde Europese AI Omnibus-wet is volgens Mannens een stap in de verkeerde richting. “AI-geletterdheid is niet langer verplicht, en de GDPR-regelgeving wordt afgezwakt. Ondernemers vragen om administratieve vereenvoudiging, en dat is begrijpelijk”, geeft hij toe. “Maar we moeten ook waken over onze digitale onafhankelijkheid. Als we nu niet investeren in kennis en soevereine systemen, lopen we het risico blijvend afhankelijk te worden van buitenlandse technologieën die onze data controleren.”
Een Europees alternatief is Lumo, onderdeel van Proton, dat de infrastructuur diversifieert naar andere Europese landen, zodat het niet afhankelijk is van één jurisdictie.
Kunnen bedrijven vandaag al met Europese alternatieven voor de ChatGPT’s en Gemini’s van deze wereld aan de slag? “Mistral is Frans, het Nederlandse ASML is daar de grootste aandeelhouder, maar er zitten nog steeds veel Amerikanen in het kapitaal. Bovendien ontbreken bepaalde functionaliteiten”, legt Erik uit. “Je kunt bijvoorbeeld geen zip-bestanden opladen. Dat zou snel moeten kunnen opgelost worden, want dat is een app-probleem, geen probleem van de achterliggende LLM.”
Een ander mogelijk alternatief is Lumo, onderdeel van Proton, dat een hele suite aanbiedt: mail, VPN, opslag, documenten en spreadsheets. Proton is Zwitsers en zet zwaar in op privacy. Ze gaan zelfs zo ver dat ze hun infrastructuur diversifiëren naar andere Europese landen, zodat ze niet afhankelijk zijn van één jurisdictie. “Hun LLM’s zijn vaak gebaseerd op kleinere modellen, wat beter is voor het klimaat. Al zijn ze niet altijd even performant als hun Amerikaanse collega’s, in 90% van de gevallen voldoen die voor wat veel bedrijven ermee willen doen.”
Mannens’ boodschap is helder. AI is geen doel op zich, maar een middel. Wie de juiste AI slim inzet, kan enorme voordelen behalen. Wie blind de hype volgt, loopt het risico de verkeerde beslissingen te nemen en zelf de controle te verliezen.
Benieuwd naar meer? Erik Mannens geeft een keynote op de CFO Day op 5 mei.
Erik Mannens werkt al decennia met AI, van toen het nog gewoon machine learning heette. De professor was verbonden aan iMinds, geeft les aan de UGent en de UA en is als onafhankelijke AI-expert aan het werk voor een groot Vlaams ziekenhuis, Digitaal Vlaanderen en HoWest. We spraken met hem over duurzame en soevereine AI, de meerwaarde voor bedrijven en de rol van de overheid en het onderwijs.
De termen ethisch leiderschap en toxisch leiderschap duiken tegenwoordig om de haverklap op, maar zelden lezen we hoe men er als directiecomité concreet werk van maakt. Hoe zet u ethiek stap voor stap om in gedrag, openheid en gedeelde verantwoordelijkheid?